Eenzaamheid meten

Je kunt eenzaamheid op verschillende manieren meten. De ene manier geeft een percentage van de bevolking dat zich te vaak eenzaam voelt. Je meet dan steekproefsgewijs met behulp van vragenlijsten  hoe het ermee staat. (Je meet de prevalentie).

Een andere vorm van meting is dat je nagaat hoe het met iemand zelf is gesteld. Je kunt dan onderzoeken in welke mate iemand zich eenzaam voelt. Door dezelfde vragen te stellen kun je vergelijken hoe iemand ervoor staat in verhouding tot anderen. (Je meet de subjectieve eenzaamheid).

Een bijzondere vorm van meten is nagaan hoe het is gesteld met iemands eenzaamheid, met toevoeging van bijzondere vragen die je op het spoor brengen van de oorzaak en dus ook van een mogelijke aanpak. Dat kan bijvoorbeeld met de Diagnostische Eenzaamheidsvragenlijst, zoals die is ontwikkeld door Jeannette Rijks voor de praktijk van de hulpverlening.

Waar mee je mee?

Om te meten hoe veel mensen zich eenzaam voelen (prevalentie) is in Nederland veel gebruik gemaakt van de zg. eenzaamheidsschaal, ook wel gemis-intensiteitsschaal genoemd. Dit is een meetinstrument dat is ontwikkeld in Nederland door De Jong-Gierveld en Van Tilburg, om erachter te komen hoeveel mensen zich eenzaam voelen. Het is dus niet bedoeld om te meten 'hoe eenzaam iemand is'. Uitgangspunt is dat men eenzaamheid beschouwt als ‘het ervaren verschil tussen aanwezige en gewenste contacten’. Zo weten we dat in Nederland ca. 40% van alle mensen dat gemis te vaak voelt en dat ca. 10% zich ernstig eenzaam voelt.

Een ander wetenschappelijk verantwoord instrument dat wereldwijd veel wordt gebruikt is de UCLA (University of California, Los Angeles) loneliness scale. Dit meetinstrument is bedoeld om te meten hoe sterk eenzaam iemand zich voelt. Het is dus bedoeld om de subjectieve eenzaamheid te meten. In Nederland is geen vergelijkbaar instrument voorhanden.

Tendens

De cijfers over eenzaamheid laten al jaren aan duidelijkheid niets te wensen over. De grote aantallen mensen die zich langdurig of te vaak eenzaam voelen bevinden zich niet zo zeer onder de ouderen, maar veel meer in de leeftijdsgroep tussen de 30 en 65 jaar.

Eenzaamheid blijkt niet toe te nemen, er is zelfs een lichte tendens naar afname. Daarbij gaat het nog steeds om enorm grote aantallen mensen die zich eenzaam voelen. In Nederland voelen meer dan anderhalf miljoen mensen zich chronisch eenzaam.

Voor wetenschappers is het interessant eenzaamheid zodanig te meten dat je zeker weet dat je meet wat je wilt weten. Bovendien dat je als je de meting herhaalt, je ook steeds dezelfde uitkomsten krijgt.

Praktijk

In de praktijk van de hulpverlening staat een ander belang voorop: weten hoe een cliënt het best te helpen is. Daar is zuiver meten minder relevant. Om de juiste hulp te bieden is het wel nodig  te weten welk probleem er speelt. Het allereenvoudigst is het om dat gewoon aan de cliënt te vragen.

Een mooi overzicht van de cijfers vind je op de website van de overheid. Daar komt ook dit heldere plaatje vandaan:

 

 

 

 

Start nu met de online cursus Creatief Leven tegen eenzaamheid

 Zoek je een specialist?

beeldmerk veldtocht

 

Faktor5 - opleiding voor professionals rond eenzaamheid